Artikel 1 Naam, vestigingsplaats en duur
1 De
vereniging draagt de naam Nederlandse Norwich Terrier Club, afgekort:
N.N.T.C.
2 Zij is gevestigd te Hengelo en
kiest domicilie ten huize van de secretaris.
De vereniging is opgericht op negen mei negentienhonderd drie en negentig en
is aangegaan voor onbepaalde tijd.
Zij is in het jaar 2000
als lid toegetreden tot de Vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied
in Nederland, hierna te noemen ‘Raad van Beheer’.
Artikel 2. Doel en middelen
1 De
vereniging heeft ten doel:
a.
de instandhouding en verbetering van het
ras Norwich Terrier;
b.
de bevordering van de gezondheid en het welzijn van de tot dit
ras behorende honden in het algemeen en het voorkomen en
bestrijden van erfelijke gebreken binnen dit ras in het bijzonder;
c.
het bevorderen van het contact tussen fokkers en liefhebbers
van de Norwich Terrier
2 Zij
tracht dit doel te bereiken door:
a.
het houden van vergaderingen en het organiseren van lezingen en
cursussen;
b.
het organiseren van cursussen, examens en wedstrijden op het
gebied van het werken met honden;
c.
het organiseren van exposities;
d.
het geven van voorlichting over de aankoop, het houden, fokken
en opvoeden van Norwich Terriers;
e.
het opstellen van plannen ter bestrijding van erfelijke
gebreken binnen het ras en het treffen van maatregelen ter uitvoering van
die plannen;
f.
het bijhouden van een register van raszuivere Noriwch Terriers
g.
het registreren van uitslagen van onderzoeken van tot het
Norwich Terrier ras behorende honden betreffende de aanwezigheid van
erfelijk bepaalde
afwijkingen alsmede van de mogelijkheid van het doorgeven van de aanleg
daarvoor aan nakomelingen, een en ander met het doel, ten behoeve van een
verantwoorde fokkerij van Norwich Terrier gegevens uit deze registratie aan
derden te verstrekken en te publiceren;
h.
het uitgeven van een clubblad of een periodiek;
i.
het deelnemen aan het overleg binnen de georganiseerde
kynologie;
j.
al hetgeen verder aan het doel dienstbaar kan zijn, een en
ander voor zover daarbij niet wordt gehandeld in strijd met de statuten,
reglementen en wettige besluiten van de Raad van Beheer.
Artikel 3 Verhouding tot de vereniging Raad van Beheer
De vereniging ontleent
haar rechten aan de statuten, huishoudelijk reglement en overige reglementen
van de Raad van Beheer en verplicht zich zonder voorbehoud tot naleving van
die statuten, reglementen en wettig genomen besluiten van de Raad van
Beheer.
De vereniging aanvaardt
zonder voorbehoud de rechtsmacht van de Geschillencommissie voor de
Kynologie en het Tuchtcollege voor de Kynologie, zoals weergegeven in de
statuten en het huishoudelijk reglement van de Raad van Beheer
3.De leden
van de vereniging zijn jegens de vereniging tot hetzelfde gehouden als
waartoe de vereniging vanwege haar lidmaatschap jegens de Raad van Beheer
zal zijn gehouden op grond van de statuten en reglementen van de Raad van Beheer en de door de organen van de Raad van
Beheer wettig genomen besluiten.
De vereniging is bevoegd
tot het opleggen van de verplichtingen van de leden jegens de Raad van
Beheer, waarbij al hetgeen waartoe de vereniging
jegens de Raad van Beheer is gehouden uit hoofde van het bepaalde in de
statuten en reglementen van de Raad van Beheer ook geldt als verplichtingen
die de leden van de vereniging rechtstreeks jegens de Raad van Beheer hebben
in de zin van artikel 46, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 4. Verenigingsjaar
Het verenigingsjaar valt
samen met het kalenderjaar.
Artikel 5. Leden
De leden van de vereniging
worden onderscheiden in gewone leden en buitengewone leden.
2. Gewone leden hebben
alle rechten en plichten die de wet en deze statuten aan leden toekennen
onderscheidenlijk opleggen Buitengewone leden hebben deze rechten en
plichten slechts voor zover deze statuten niet anders bepalen.
Artikel 6. Gewone leden
De gewone leden van de
vereniging worden onderscheiden in
a. algemene leden;
b. ereleden.
2.
Algemene leden zijn de natuurlijke
personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en als zodanig
zijn toegelaten.
3.
Ereleden zijn de natuurlijke
personen die zich voor de vereniging buitengewoon verdienstelijk hebben
gemaakt en om die reden als
zodanig zijn benoemd.
Artikel 7. Buitengewone leden
De buitengewone leden van
de vereniging worden onderscheiden in:
a. gezinsleden
b. jeugdleden.
2.
Gezinsleden zijn zij die met een
lid zijn getrouwd of daarmee duurzaam samenleven en die als zodanig zijn
toegelaten.
3.
Jeugdleden zijn de natuurlijke
personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt en als
zodanig zijn toegelaten.
Artikel 8. Ereleden
Ereleden worden door de
Algemene Vergadering op voorstel van het bestuur of op schriftelijk voorstel
van ten minste tien stemgerechtigde leden benoemd met een meerderheid van
ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Zij betalen geen
contributie.
2.
Indien
een algemeen lid, gezinslid of jeugdlid tot erelid wordt benoemd, houdt hij
met ingang van de dag volgende op de aanvaarding van zijn benoeming op
algemeen lid, gezinslid of jeugdlid te zijn.
Artikel 9. Gezinsleden
1.
Gezinsleden
ontvangen geen clubblad en betalen een verminderde contributie.
2.
Een gezinslid
wordt van rechtswege algemeen lid met ingang van het verenigingsjaar
volgende op het jaar waarin zijn of haar partner ophoudt lid te zijn.
Indien de relatie met deze partner wordt ontbonden, kan het bestuur al dan
niet op verzoek het gezinslidmaatschap omzetten in een algemeen
lidmaatschap.
Artikel 10. Jeugdleden
1.
Jeugdleden kunnen slechts worden toegelaten met schriftelijke
toestemming van een ouder of voogd.
2.
Jeugdleden
hebben geen stemrecht en kunnen
niet tot bestuurslid worden benoemd. Zij betalen een verminderde
contributie.
3.
Een jeugdlid
wordt van rechtswege algemeen lid met ingang van het verenigingsjaar
volgende op het jaar waarin hij de leeftijd van
achttien jaar heeft bereikt.
Artikel 11. Toelating van leden
Het bestuur beslist over
de toelating van algemene leden, gezinsleden en jeugdleden nadat zij zich
als zodanig schriftelijk hebben aangemeld.
2.
Zij aan wie door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1
januari
2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie bij
onherroepelijke uitspraak een straf is
opgelegd kunnen als lid worden geweigerd.
3.
Het bestuur
kan het besluit omtrent de toelating ten hoogste twee maanden aanhouden,
indien de aanmelding voor het lidmaatschap
minder dan
twee maanden vóór het houden van een Algemene Vergadering wordt
ontvangen.
Indien de toelating door
het bestuur wordt geweigerd, staat daartegen binnen een maand na ontvangst
van het bericht van weigering beroep op de Algemene Vergadering open. De
Algemene Vergadering kan ook uit eigen beweging alsnog tot toelating
besluiten.
Artikel 12. Aanvang van het lidmaatschap
Het lidmaatschap van
algemene leden, gezinsleden en jeugdleden vangt, onverminderd het bepaalde
in artikel 9, tweede lid, en artikel 10 derde lid, aan met de dag volgende
op hun toelating.
2.
Het
lidmaatschap van ereleden vangt aan met de dag volgende op de aanvaarding
van hun benoeming.
Artikel 13. Einde van het lidmaatschap
Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging door de vereniging;
d. door ontzetting.
Artikel 14. Opzegging door het lid
Opzegging door het lid
geschiedt schriftelijk aan het bestuur.
Het lidmaatschap eindigt,
onverminderd het bepaalde in artikel 31, lid 4, met ingang van de dag die
daarvoor bij de opzegging wordt vermeld, doch op zijn vroegst met ingang van
de dag volgende op die, waarop de schriftelijke opzegging wordt ontvangen.
Indien bij de opzegging geen tijdstip wordt vermeld, eindigt het
lidmaatschap aan het einde van het verenigingsjaar waarin de opzegging
plaatsvindt.
Indien het lidmaatschap niet is opgezegd
voor 1 december van enig jaar is de contributie voor het volgend jaar te
voldoen en wordt de opzegging beschouwd als voor het daarop volgend jaar.
Artikel 15. Opzegging door de vereniging
1. Opzegging door de
vereniging is slechts mogelijk indien:
a.
het lid zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt;
b.
aan het lid door de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari
2000 het Tuchtcollege voor de Kynologie bij
onherroepelijke uitspraak een straf van diskwalificatie van zijn persoon is
opgelegd;
c.
om een andere reden van de vereniging redelijkerwijs niet gevergd kan
worden het lidmaatschap te laten voortduren.
2. De opzegging geschiedt
door het bestuur.
a.
In het geval,
bedoeld in het eerste lid onder a, wordt niet tot opzegging overgegaan dan
nadat het lid schriftelijk op zijn verzuim is
gewezen en hij gedurende een maand in de gelegenheid is gesteld om alsnog
aan zijn verplichtingen te voldoen.
b.
Het lid wordt
zo spoedig mogelijk schriftelijk en met opgave van redenen van het besluit
tot opzegging in kennis gesteld.
Daarbij wordt mededeling gedaan van de op grond van het vijfde lid bestaande
beroepsmogelijkheid.
3. Tegen het besluit tot
opzegging staat binnen een maand na ontvangst van de in het vorige lid
bedoelde mededeling beroep op de Algemene Vergadering open. Gedurende de
beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst in de uitoefening
van alle aan het lidmaatschap verbonden rechten en in de uitoefening van een
eventueel door het lid beklede bestuursfunctie. Het geschorste lid heeft
echter wel toegang tot de Algemene Vergadering waarin het beroep wordt
behandeld, is bevoegd om bij de behandeling van het beroep aanwezig te zijn
en daarover het woord te voeren, doch heeft geen stemrecht.
4. Het lidmaatschap
eindigt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, lid 4, met ingang van de
dag volgende op het verstrijken van de beroepstermijn of, indien beroep
wordt ingesteld, onmiddellijk na het besluit tot verwerping van het beroep
indien het lid aanwezig is in de vergadering waarin dit besluit wordt
genomen, en anders met ingang van de dag volgende op die, waarop een
schriftelijke mededeling van het besluit tot verwerping van het beroep is
ontvangen.
5. Een schorsing eindigt
tegelijk met het lidmaatschap of, indien de Algemene Vergadering het beroep
gegrond verklaart, tegelijk met het besluit van de Algemene Vergadering.
Artikel 16. Ontzetting
1.
Ontzetting is slechts mogelijk indien:
a.
het lid handelt in strijd met de statuten, reglementen of
daarop gebaseerde besluiten van de vereniging;
b.
het lid de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
De ontzetting geschiedt door het bestuur.
Artikel 15, vierde tot en
met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17. Overige sancties
Onverminderd het bepaalde
in artikel 15, vijfde lid en artikel 16, derde lid kan een lid door het
bestuur voor de duur van maximaal één jaar worden geschorst, indien het lid
heeft gehandeld in strijd met de statuten, reglementen of daarop gebaseerde
besluiten van de vereniging dan wel de vereniging op onredelijke wijze heeft
benadeeld.
Artikel 15, lid 5 is van
overeenkomstige toepassing.
Artikel 18. Organen
De vereniging kent:
a. een bestuur;
b. een Algemene Vergadering;
c. een kascommissie;
d. een geschillencommissie.
Artikel 19. Samenstelling bestuur
De Algemene Vergadering
besluit, of het bestuur uit vijf of uit zeven leden zal bestaan. De
bestuursleden worden door de Algemene Vergadering uit de algemene leden, de
ereleden en de gezinsleden benoemd. De Algemene Vergadering kan echter
bepalen, dat de voorzitter buiten de leden kan worden benoemd.
1.
Degene aan wie door
de Raad van Discipline voor de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het
Tuchtcollege voor de Kynologie de straf van diskwalificatie van zijn persoon
is opgelegd, is gedurende de duur van deze diskwalificatie niet tot lid van
het bestuur benoembaar. De Algemene Vergadering kan echter bepalen, dat
leden, die door voornoemd college zijn veroordeeld waarbij een andere straf
is opgelegd dan diskwalificatie van zijn persoon, niet benoembaar zijn tot
lid van het bestuur. Daarbij dient te worden aangegeven in welke gevallen,
in casu bij welke opgelegde straffen alsmede welke
verjaringstermijnen daarop van toepassing zijn, betrokkenen niet als
bestuurslid kunnen worden
benoemd
2.
De voorzitter, de
secretaris en de penningmeester kunnen als zodanig in functie worden
benoemd.
Artikel 20.
Voordrachten
De benoeming van
bestuursleden geschiedt uit een of meer niet bindende voordrachten,
behoudens het bepaalde in het zesde lid.
Iedere voordracht
heeft op één bepaalde vacature betrekking en vermeldt de naam van
degene, door wiens aftreden de vacature wordt veroorzaakt. Iedere
voordracht vermeldt voorts de naam van ten minste één kandidaat.
3.
Tot het opmaken van een voordracht zijn zowel het bestuur als
tien stemgerechtigde leden bevoegd.
4.
Een voordracht van het bestuur wordt bij de oproeping voor de
vergadering meegedeeld. Een voordracht van tien of meer
stemgerechtigde leden moet ten minste één week voor de vergadering
schriftelijk bij het bestuur worden ingediend.
5.
Is er voor
een bepaalde vacature meer dan één voordracht, dan geschiedt de
benoeming uit die voordrachten.
6.
Is er voor
een bepaalde vacature geen voordracht opgemaakt, dan is de Algemene
Vergadering voor de vervulling van die vacature
vrij in haar keus.
Artikel 21. Einde
bestuurslidmaatschap
1.
Het bestuurslidmaatschap eindigt:
a.
door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
b.
door periodieke aftreding;
c.
door bedanken;
d.
door ontslag;
e.
door oplegging van een straf door de Raad van Discipline voor
de Kynologie c.q. na 1 januari 2000 het Tuchtcollege voor de
Kynologie.
2.
Het bestuurslidmaatschap eindigt in het geval, bedoeld in het
eerste lid onder b, aan het einde van de in artikel 22, eerste lid,
bedoelde Algemene Vergadering. In het geval, bedoeld in het eerste lid
onder c, eindigt het bestuurslidmaatschap op het door het bedankende
bestuurslid genoemde tijdstip. In alle overige gevallen eindigt het met
onmiddellijke ingang.
Artikel 22. Periodieke
aftreding
1.
Ieder jaar treden op de jaarlijkse Algemene Vergadering twee of
drie bestuursleden af volgens een door het bestuur
op te maken
en zo nodig te wijzigen rooster.
2. Dit
rooster wordt zodanig opgemaakt, dat:
a.
ieder bestuurslid
uiterlijk drie jaar na zijn benoeming aftreedt, waarbij onder een jaar
wordt verstaan de periode tussen twee
opeenvolgende jaarlijkse
Algemene Vergaderingen;
b.
de voorzitter, de secretaris en de penningmeester zo mogelijk
in verschillende jaren, maar in ieder geval nimmer alle drie
gelijktijdig
aftreden;
c.
zij die in een tussentijdse vacature zijn benoemd, zo mogelijk
op het rooster de plaats van hun voorganger innemen.
Volgens rooster
aftredende bestuursleden kunnen terstond worden herbenoemd.
Artikel 23. Schorsing
en ontslag
Elk bestuurslid kan te
allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen of geschorst.
Een schorsing die niet
binnen drie maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag, eindigt
door het verloop van die termijn.
Artikel 24. Vervulling
tussentijdse vacatures
1.
Indien in het
bestuur één of meer vacatures zijn ontstaan, blijft het bestuur bevoegd.
2.
Het bestuur is
verplicht, de vervulling van de open plaats of de open plaatsen voor de
eerstvolgende Algemene Vergadering te agenderen. Zodra echter het aantal
zitting hebbende bestuursleden minder bedraagt dan het aantal vacatures,
is het bestuur verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering
ter voorziening
in die vacatures te beleggen.
Artikel 25.
Bestuursfuncties
De functies van
voorzitter, secretaris en penningmeester zijn onverenigbaar.
Het bestuur voorziet
in de vervanging van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester
in geval van verhindering of ontstentenis en verdeelt ook overigens de
werkzaamheden over zijn leden. Op vervanging in geval van verhindering
of ontstentenis is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing.
Artikel
26. Bestuurstaak en -bevoegdheden; verantwoordelijkheid van bestuurders
Behoudens de
beperkingen van de statuten is het bestuur belast met het besturen van
de vereniging. Het richt zich daarbij naar de aanwijzingen betreffende
de algemene lijnen van het te volgen beleid, zoals die door de Algemene
Vergadering in de begroting of op andere wijze worden gegeven.
2.
Het bestuur is, mits met voorafgaande goedkeuring van de Algemene
Vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot
verkrijging, vervreemding en bezwaren van registergoederen.
3.
Ieder lid
van het bestuur is tegenover de vereniging gehouden tot een behoorlijke
vervulling van de hem opgedragen taak
Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of
meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel
aansprakelijk terzake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is
te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van
maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
Artikel 27.
Besluitvorming bestuur
Alle besluiten worden
door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte
stemmen. Bij staking van stemmen geeft de stem van de voorzitter de
doorslag, tenzij het bestuur besluit de zaak tot de volgende vergadering
aan te houden.
2.
Om te
kunnen besluiten moet ten minste de helft van het aantal bestuursleden,
eventuele vacatures niet meegerekend,
aanwezig zijn, tenzij het zaken betreft die geen uitstel gedogen.
3.
In
afwijking van hetgeen de wet daarover bepaalt, is het oordeel van de
voorzitter omtrent de uitslag van een stemming en de inhoud
van een genomen besluit niet beslissend.
Artikel 28.
Mandatering en delegatie van bestuurstaken en -bevoegdheden
1.
Het bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde
taken en bevoegdheden mandateren aan één of meer van zijn leden. Het
bestuur kan daarbij met betrekking tot deze uitvoering en uitoefening
richtlijnen en aanwijzingen geven.
2.
Het
bestuur kan de uitvoering onderscheidenlijk uitoefening van bepaalde
taken en bevoegdheden delegeren aan een door
het bestuur ingestelde commissie. Het bestuur kan daarbij met betrekking
tot deze uitvoering en uitoefening richtlijnen geven.
3.
De
richtlijnen en aanwijzingen mogen niet in strijd zijn met de wet, met
deze statuten of met een reglement als bedoeld in artikel 44.
4.
Bij mandatering aan één of meer bestuursleden wordt steeds in de
eerstvolgende bestuursvergadering verslag uitgebracht van
hetgeen is verricht.
Artikel 29.
Vertegenwoordiging
1.
De bevoegdheid om de vereniging in en buiten rechte te
vertegenwoordigen, komt toe aan:
a. het
bestuur;
b.
de voorzitter en de secretaris, gezamenlijk handelend;
c. de voorzitter en de
penningmeester, gezamenlijk handelend;
d.
de secretaris en de penningmeester, gezamenlijk handelend.
2.
Bij
verhindering of ontstentenis van een in het eerste lid genoemde
functionaris kan deze ten behoeve van de daar bedoelde
vertegenwoordiging niet vervangen worden door een op grond van artikel
25 aangewezen vervanger.
Artikel 30.
Geldmiddelen
De inkomsten van de vereniging bestaan uit:
a. ` contributies;
b. cursusgelden;
c. inschrijf- en entreegelden
voor evenementen;
d. schenkingen, legaten en
erfstellingen;
e. overige baten.
Artikel 31.
Contributie
1.
De leden, met uitzondering van de ereleden, zijn aan de vereniging een
jaarlijkse contributie verschuldigd, waarvan het bedrag door de Algemene
Vergadering wordt vastgesteld.
2.
Het bedrag
van de contributie van gezinsleden en jeugdleden wordt bepaald op een
gedeelte van de contributie van algemene leden
Dit gedeelte kan voor elk van de genoemde categorieën verschillend zijn.
3.
Eenmaal
vastgestelde bedragen blijven van kracht totdat zij door de Algemene
Vergadering worden gewijzigd.
Een wijziging werkt ten hoogste terug tot de aanvang van het
verenigingsjaar waarin zij wordt vastgesteld.
4.
Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van het
verenigingsjaar eindigt, blijft desondanks de contributie over he
gehele jaar verschuldigd.
5.
Het bestuur kan in bijzondere gevallen, al dan niet voor een
bepaalde termijn, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van het betalen
van contributie verlenen.
Artikel 32. Begroting
Het bestuur legt
jaarlijks aan de Algemene Vergadering een begroting van inkomsten en
uitgaven ter vaststelling voor op een zodanig tijdstip, dat deze
begroting behandeld kan worden vóór de aanvang van het betreffende
verenigingsjaar of uiterlijk op de in dat jaar te houden jaarlijkse
Algemene Vergadering.
2.
De
ontwerp-begroting wordt aan de stemgerechtigde leden en de jeugdleden
ten minste drie weken vóór de Algemene Vergadering
toegezonden, al dan niet door publicatie in het clubblad.
3.
Het
bestuur is niet bevoegd tot het aangaan van verplichtingen als daardoor
de begrotingspost ten laste waarvan de betreffende
uitgaven moeten worden gebracht, met meer dan tien procent zou worden
overschreden of het totale financiële resultaat van het
betreffende verenigingsjaar daardoor ongunstiger zou worden dan in de
begroting werd voorzien.
4.
Indien evenwel de begroting niet wordt vastgesteld vóór de
aanvang van het betreffende verenigingsjaar, dan is het bestuur
gedurende iedere maand die geheel of
gedeeltelijk aan die vaststelling voorafgaat, bevoegd tot het aangaan
van verplichtingen
tot ten hoogste een/twaalfde gedeelte
van de betreffende post van de ontwerp-begroting.
Artikel 33.
jaarverslag
1.
Het bestuur brengt jaarlijks een schriftelijk jaarverslag uit over de
gang van zaken in de vereniging en over het gevoerde beleid in het
afgelopen verenigingsjaar. Dit verslag wordt uitgebracht op een zodanig
tijdstip, dat het behandeld kan worden op de eerste jaarlijkse Algemene
Vergadering na afloop van dat verenigingsjaar.
2. Het
jaarverslag wordt door alle leden van het bestuur ondertekend. Ontbreekt
de ondertekening van een of meer hunner,
dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
3.
Artikel 32,
tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 34.
Boekhouding
1.
Het bestuur houdt van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige
aantekeningen, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen
kunnen worden gekend.
2.
Het bestuur bewaart de
in het eerste lid bedoelde bescheiden gedurende tien jaren.
Artikel 35. Rekening
en verantwoording
1.
Het
bestuur maakt jaarlijks een balans en een staat van de baten en de
lasten van de vereniging over het afgelopen verenigingsjaar op en legt
deze met een toelichting ter goedkeuring aan de Algemene Vergadering
over op een zodanig tijdstip, dat zij behandeld kunnen worden op de
eerste jaarlijkse Algemene Vergadering na afloop van dat
verenigingsjaar.
2.
Artikel
32, tweede lid, en artikel 33, tweede lid, zijn van overeenkomstige
toepassing.
3.
Goedkeuring van de balans en de staat van baten en lasten door de
Algemene Vergadering strekt het bestuur tot décharge voor al hetgeen
daaruit blijkt.
4.
Artikel
34, tweede lid, is van toepassing.
Artikel 36.
Kascommissie
De Algemene
Vergadering benoemt jaarlijks uit de stemgerechtigde leden een
kascommissie van ten minste twee leden. Tegelijkertijd worden zo
mogelijk ten minste twee plaatsvervangende leden benoemd, die de
leden bij ontstentenis vervangen. De leden en de plaatsvervangende
leden mogen geen deel van het bestuur uitmaken. Aftredende leden
kunnen terstond worden herbenoemd, tenzij zij reeds vier jaar
zitting hebben.
2.
De kascommissie onderzoekt de balans en de staat van baten en
lasten en brengt aan de Algemene Vergadering schriftelijk
of mondeling verslag van haar bevindingen uit.
3.
Het
bestuur stelt de kascommissie in staat, haar onderzoek tijdig voor
de jaarlijkse Algemene Vergadering te verrichten
en is verplicht de commissie ten behoeve van haar onderzoek alle
door haar gevraagde inlichtingen te verschaffen, haar
desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en
bescheiden van de vereniging te geven.
4.
Indien het onderzoek bijzondere boekhoudkundige kennis
vereist, dan kan de commissie zich op kosten van de vereniging
door een deskundige doen bijstaan.
5.
De leden van de kascommissie kunnen te allen tijde door de
Algemene Vergadering worden ontslagen, maar slechts tegelij
met de benoeming van andere leden.
Artikel 37. De
Algemene Vergadering
1.
Aan de Algemene Vergadering komen in de vereniging alle
bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan
andere organen zijn opgedragen.
2.
Jaarlijks wordt zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval uiterlijk
vier maanden na afloop van het voorafgaande
verenigingsjaar, een
Algemene Vergadering gehouden. In deze jaarlijkse Algemene
Vergadering komen in ieder geval
aan de orde:
a
het jaarverslag, bedoeld in artikel 33;
b.
de balans en de staat van baten en lasten, bedoeld in artikel
35;
c.
het verslag van de kascommissie, bedoeld in artikel 36;
d.
de benoeming van een kascommissie voor het onderzoek van de
balans en de staat van baten en lasten over het lopende
verenigingsjaar;
e.
de begroting, bedoeld in artikel 32, tenzij deze al is
vastgesteld;
f. de voorziening in
bestuursvacatures.
3.
De
Algemene Vergadering kan de in het tweede lid genoemde termijn
verlengen, van vier tot zes maanden.
4.
Andere
Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dat
wenselijk vindt of ten minste tien stemgerechtigde leden dan wel,
indien dat minder is, ten minste een tiende deel der stemgerechtigde
leden dat verzoeken. Bij het verzoek worden de te behandelen
onderwerpen, die op de agenda moeten worden vermeld, duidelijk
aangegeven.
5.
Schriftelijke voorstellen aan de Algemene Vergadering van ten minste
zoveel stemgerechtigde leden als in het vorige lid worden bedoeld,
worden op de agenda van de eerstvolgende Algemene Vergadering
vermeld indien zij ten minste zes weken vóór die Algemene
Vergadering bij het bestuur zijn ingediend. Zij worden met een
preadvies van het bestuur ten minste drie weken vóór de Algemene
Vergadering aan de leden toegezonden, al dan niet door publicatie in
het clubblad.
Artikel 38.
Bijeenroeping
De Algemene
Vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur.
2.
De leden
worden, behoudens in het geval bedoeld in het vierde lid, ten minste
drie weken tevoren opgeroepen door
toezending van een agenda, die
desgewenst in het clubblad kan worden opgenomen.
3.
De
agenda vermeldt plaats, datum en aanvangstijdstip van de
vergadering, alsmede de te behandelen agendapunten.
4.
ndien
ingevolge artikel 37, vierde lid, op verzoek van een aantal leden
een Algemene Vergadering moet worden gehouden is het bestuur
verplicht die vergadering uit te schrijven binnen twee weken na
ontvangst van het verzoek en op een termijn van niet langer dan zes
weken na indiening van het verzoek. Indien hieraan geen gevolg wordt
gegeven kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan, hetzij
overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, hetzij door middel
van een advertentie in ten minste één
landelijk veel gelezen dagblad.
Artikel 39.
Toegang en stemrecht
Alle leden, met
uitzondering van geschorste leden, behoudens het bepaalde in artikel
15, vijfde, artikel 16, derde en artikel 17, hebben toegang tot de
Algemene Vergadering en stemrecht. Jeugdleden en geschorste leden
hebben echter geen stemrecht. In dien de voorzitter buiten de leden
is benoemd, heeft deze wel toegang tot de Algemene Vergadering, maar
geen stemrecht.
2.
Over
toelating van andere dan de in het eerste lid bedoelde personen
beslist het bestuur.
3.
Een
lid kan niet iemand anders machtigen, het stemrecht namens hem uit
te oefenen.
4.
Ieder
stemgerechtigd lid kan ter vergadering het woord voeren, voorstellen
doen en amendementen indienen,
behoudens de beperkingen die bij
huishoudelijk reglement aan de uitoefening van deze rechten worden
gesteld.
Artikel 40.
Voorzitterschap en notulering
-
De Algemene
Vergaderingen worden geleid door de voorzitter of zijn
plaatsvervanger. Is de voorzitter afwezig en heeft het bestuur
niet in zijn vervanging voorzien, dan voorziet de vergadering
zelf in het voorzitterschap.
-
Van het
verhandelde in een Algemene Vergadering wordt door de secretaris
of zijn plaatsvervanger beknopte notulen opgemaakt. Is de
secretaris afwezig en heeft het bestuur niet in zijn vervanging
voorzien, dan wijst de voorzitter een notulist aan. De notulen
worden door de voorzitter en de notulist vastgesteld en
ondertekend. Bij een verschil van inzicht over de inhoud van de
notulen tussen de voorzitter en de notulist worden de notulen
door het bestuur vastgesteld.
-
Bij toepassing van artikel
38, vierde lid laatste volzin, kunnen de verzoekers anderen dan
bestuursleden belasten met de leiding der vergadering en het
opstellen der notulen.
-
De
vastgestelde notulen worden, door publicatie in het clubblad of
op andere wijze, zo spoedig mogelijk ter kennis van de leden
gebracht.
Artikel 41.
Besluitvorming
-
Voor zover de
wet of de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten
van de Algemene Vergadering genomen met volstrekte meerderheid
van de uitgebrachte stemmen.
-
Blanco en
ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht, maar
tellen wel mee voor het quorum.
-
Alle
stemmingen over de aanwijzing of benoeming van personen
geschieden schriftelijk. Alle overige stemmingen geschieden
mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming
gewenst acht of ten minste vijf stemgerechtigde leden dat vóór
de stemming verlangen. Een schriftelijke stemming geschiedt met
ongetekende briefjes.
-
Indien niemand
stemming verlangt wordt het besluit bij acclamatie genomen.
-
Indien
mondelinge stemming moet plaatsvinden, dan kan de voorzitter
besluiten tot stemming bij handopsteken, tenzij één der
stemgerechtigde leden stemming bij hoofdelijke oproeping
verlangt. Ook kan de voorzitter alsnog tot stemming bij
hoofdelijke oproeping besluiten, indien hij bij de stemming bij
handopsteken de uitslag der stemming niet kan vaststellen.
-
Indien
schriftelijke stemmingen over verschillende aanwijzingen,
benoemingen of zaken moeten plaatsvinden, dan kunnen
deze stemmingen gecombineerd worden mits de
stembriefjes zodanig zijn ingericht, dat verwarring
redelijkerwijs niet
mogelijk is. Evenwel moeten
afzonderlijke stemmingen worden gehouden indien ten minste vijf
stemgerechtigde leden dat
verlangen.
Indien de stemmen staken over een voorstel niet rakende de
benoeming of aanwijzing van personen, dan is het voorstel
verworpen.
Artikel 42.
Stemmingen over personen
-
Indien bij een
aanwijzing of benoeming van een persoon niemand de volstrekte
meerderheid heeft gekregen, dan heeft een tweede stemming
plaats, tenzij tussen twee personen is gestemd.
-
Heeft dan
wederom niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan -,
inden herstemmingen plaats totdat hetzij één persoon de
volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee
personen is gestemd en de stemmen staken.
-
Bij de in het
tweede lid bedoelde herstemmingen wordt telkens gestemd tussen
de personen op wie bij de voorafgaande stemming kon worden
gestemd, met uitzondering van de persoon op wie bij die
voorafgaande stemming de minste stemmen zijn uitgebracht. Zijn
bij die stemming de minste stemmen op meer dan één persoon
uitgebracht, dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die
personen bij de volgende stemming geen stemmen meer kunnen
worden uitgebracht.
-
Indien bij een
stemming tussen twee personen de stemmen staken, dan beslist het
lot wie van beiden is aangewezen of benoemd.
Artikel 43.
Vaststelling besluitvorming
-
Het in de
Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter over
de uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor
de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over
een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
-
Wordt echter
onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid
bedoelde oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist,
dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der
vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet
hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigd lid
dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de
rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Artikel 44.
Reglementen
-
De Algemene
Vergadering kan een huishoudelijk reglement en andere
reglementen vaststellen, waarvan de bepalingen niet in strijd
mogen zijn met en niet mogen afwijken van de wet, ook waar die
geen dwingend recht bevat, of van deze statuten.
-
Indien de
reglementen van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in
Nederland verlangen dat een huishoudelijk reglement of een ander
reglement aan de goedkeuring van de Raad van Beheer wordt
onderworpen, dan treedt het niet in werking alvorens die
goedkeuring is verkregen. Hetzelfde geldt voor wijziging van dat
reglement.
-
De Algemene
Vergadering kan een reglement te allen tijde wijzigen, mits aan
de in statuten en huishoudelijk reglement gestelde eisen voor de
besluitvorming en de voorbereiding daarvan is voldaan. Ook de
Algemene Vergadering kan echter geen besluiten nemen in strijd
met een reglement.
Artikel 45.
Geschillencommissie
-
Het bestuur
kan een geschillencommissie benoemen, bestaande uit een
voorzitter en twee leden, die geen lid van het bestuur zijn en
als onpartijdig en onkreukbaar bekend staan. De voorzitter
dient zo mogelijk daarenboven de hoedanigheid van meester in de
rechten te bezitten.
-
Een benoeming
als bedoeld in het eerste lid is pas van kracht, nadat deze door
de Algemene Vergadering is bekrachtigd bij een met een
meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte
stemmen genomen besluit.
-
De leden van
de geschillencommissie treden na drie jaar af Zij kunnen
terstond worden herbenoemd. Het lidmaatschap van de commissie
eindigt voorts door overlijden of bedanken. De leden kunnen niet
worden ontslagen. Het einde van het lidmaatschap van de
vereniging heeft niet het einde van het lidmaatschap van de
commissie tot gevolg.
-
De
geschillencommissie is op schriftelijk verzoek van de meest
gerede partij bevoegd kennis te nemen van alle geschillen tussen
het bestuur en een of meer bestuursleden en tussen bestuursleden
en/of leden onderling, indien door het voortbestaan van een
dergelijk geschil de sfeer binnen de vereniging is verstoord of
dreigt te worden verstoord, dan wel de goede gang van zaken
binnen de vereniging anderszins wordt geschaad of dreigt te
worden geschaad.
-
De Algemene
Vergadering kan besluiten, dat de geschillencommissie voor de
behandeling van toekomstige beroepen tegen een weigering van
toelating als bedoeld in artikel 11, tegen een opzegging van het
lidmaatschap als bedoeld in artikel 15, tegen een ontzetting uit
het lidmaatschap als bedoeld in artikel 16 en tegen een
schorsing als bedoeld in artikel 17, voor de Algemene
Vergadering in de plaats treedt. De Algemene Vergadering kan een
dergelijk besluit voor toekomstige beroepen ook weer intrekken.
-
De
geschillencommissie doet in het geschil uitspraak na behoorlijk
onderzoek en oproeping, althans schriftelijke raadpleging, van
alle betrokkenen. Zij bepaalt verder zelf de loop van de
procedure. De leden van de vereniging verstrekken aan de
commissie alle door haar verlangde inlichtingen. De commissie
kan op kosten van de vereniging deskundigen raadplegen, indien
zij daaraan behoefte heeft.
-
De
schriftelijke uitspraak van de commissie wordt onverwijld aan
het bestuur en aan alle betrokkenen toegezonden. Het bestuur en
alle betrokkenen zijn verplicht, naar de uitspraken van de
commissie te handelen.
Artikel 46.
Aansprakelijkheid
De vereniging is
tegenover haar leden niet aansprakelijk voor enige schade, ontstaan
tijdens vanwege de vereniging georganiseerde bijeenkomsten,
cursussen of evenementen, van welke aard ook, en evenmin voor enige
schade ten gevolge van door de vereniging verleende adviezen of door
welke andere oorzaak dan ook.
Artikel 47.
Statutenwijziging
-
Deze statuten
kunnen, onverminderd het bepaalde in de volgende leden, slechts
worden gewijzigd bij een met ten minste twee/derde van de
uitgebrachte stemmen genomen besluit van de Algemene
Vergadering, waarin ten minste twee/derde van de stemgerechtigde
leden aanwezig is. Indien niet twee/derde van de stemgerechtigde
leden aanwezig is, dan wordt binnen zes weken een tweede
Algemene Vergadering gehouden over het voorstel zoals dat in de
vorige vergadering aan de orde is geweest. In die vergadering
kan ongeacht het aantal aanwezige stemgerechtigde leden worden
besloten, mits met een meerderheid van ten minste twee/derde van
de uitgebrachte stemmen.
-
Een
afschrift van het voorstel tot statutenwijziging, waarin de
voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, wordt ten minste
vijf dagen voor de vergadering door hen die de oproeping tot de
vergadering hebben gedaan, op een daartoe geschikte plaats voor
de leden ter inzage worden gelegd tot na afloop van de dag
waarop de vergadering wordt gehouden. De leden worden van deze
ter-inzage-legging op de hoogte gesteld
-
Voorts wordt
het voorstel tot statutenwijziging hetzij tegelijk met de in
artikel 38 bedoelde agenda aan alle leden toegezonden, al dan
niet door publicatie in het clubblad, hetzij toegezonden aan
alle leden die daarom verzoeken. In het laatste geval worden de
leden van de mogelijkheid daartoe in kennis gesteld.
-
Een wijziging
van de statuten treedt niet in werking dan nadat deze door de
Raad van Beheer op kynologisch gebied in Nederland is
goedgekeurd en van de wijziging een notariële akte is opgemaakt.
Artikel 48. Ontbinding
-
De vereniging
kan slechts worden omgezet, gefuseerd of ontbonden door een met
ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen
besluit van de Algemene Vergadering, waarin ten minste
twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is. Indien niet
twee/derde van de stemgerechtigde leden aanwezig is, dan wordt
binnen zes weken een tweede Algemene Vergadering gehouden over
het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is
geweest. In die vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige
stemgerechtigde leden worden besloten, mits met een meerderheid
van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
-
Artikel 47,
tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
-
Tegelijk met
een besluit tot ontbinding wijst de Algemene Vergadering een
andere kynologische vereniging aan, waaraan een eventueel batig
saldo na vereffening zal toevallen. Ook kan de Algemene
Vergadering een of meer anderen dan het bestuur met de
vereffening belasten.