Huishoudelijk
reglement van de Nederlandse Norwich Terrier Club
Artikel
1.Toelating van leden
Zij
die als lid tot de vereniging willen toetreden, vermelden bij hun
schriftelijke aanmelding hun naam, adres, postcode en woonplaats.
Indien het een aanmelding als jeugdlid betreft, wordt ook de
geboortedatum vermeld. Bij een aanmelding als gezinslid wordt de naam
van de partner vermeld.
2. Naam, adres en woonplaats
van de in het eerste lid bedoelde personen worden zo spoedig mogelijk
in het orgaan van de vereniging gepubliceerd met de mededeling, dat de
leden binnen twee weken na verschijning schriftelijk en gemotiveerd
bezwaren tegen de toelating van een of meer adspirant-leden aan het
bestuur kenbaar kunnen maken. Het bestuur overweegt deze bezwaren bij
zijn beslissing omtrent de toelating.
3. De secretaris deelt het
bestuursbesluit omtrent de toelating zo spoedig mogelijk schriftelijk
aan de betrokkene mee. In geval van niet-toelating worden daarbij de
motieven meegedeeld, die het bestuur tot zijn beslissing hebben
geleid. In geval van toelating wordt een exemplaar van de statuten en
van dit huishoudelijk reglement bijgevoegd. Het bestuursbesluit wordt
ook aan eventuele bezwaarden schriftelijk meegedeeld.
Artikel
2. Opzegging, ontzetting en schorsing
Indien
het bestuur voornemens is, een besluit tot opzegging, ontzetting of
schorsing te nemen als bedoeld in de artikelen 15, 16 of 17 van de
statuten, dan stelt het bestuur het betrokken lid tijdig tevoren
schriftelijk onder opgave van redenen van dit voornemen in kennis.
2. Het betrokken lid kan
binnen twee weken bij het bestuur een bezwaarschrift tegen het in
het eerste lid bedoelde voornemen indienen.
3. Het lid wordt voorts
mondeling door het bestuur gehoord, als dat in het bezwaarschrift
wordt gevraagd. Het bestuur kan ook anderen horen alvorens te
besluiten.
In
spoedeisende gevallen kan het bestuur besluiten voor de behandeling
van het bezwaarschrift, doch niet dan nadat het betrokken lid is
gehoord, dan wel de gelegenheid heeft gehad te worden gehoord.
Artikel
3. Voorzitter
1. De voorzitter
bevordert de behartiging van de belangen van en de goede gang van
zaken in de vereniging.
Hij leidt, behoudens het bepaalde in artikel 40 der statuten, de
Algemene Vergaderingen en de vergaderingen van het bestuur. Hij
handhaaft in de vergaderingen de statuten en reglementen van de
vereniging en houdt ook buiten de vergaderingen toezicht op deze
handhaving.
3. Hij bepaalt de volgorde van
behandeling van zaken ter vergadering, zolang de vergadering zelf
daarover geen besluit neemt.
4. Hij handhaaft de orde in de
vergadering.
5. Hij ondertekent samen met
de secretaris de notulen van alle vergaderingen en de belangrijke
uitgaande brieven.
Artikel
4. Secretaris
1. De secretaris voert de
correspondentie van de vereniging, ondertekent alle uitgaande brieven
en legt de belangrijke uitgaande brieven ter beoordeling en
mede-ondertekening aan de voorzitter voor.
2. Hij maakt, behoudens het
bepaalde in artikel 40 der statuten, de notulen van de Algemene
Vergaderingen en van de bestuursvergaderingen. Hij zendt de notulen
van een bestuursvergadering zo spoedig mogelijk na die vergadering in
concept aan alle bestuursleden en agendeert de behandeling daarvan
voor de eerstvolgende bestuursvergadering. Hij ondertekent de notulen
na, eventueel gewijzigde, vaststelling samen met de voorzitter en
neemt de eventueel door het bestuur aangebrachte wijzigingen tevens op
in de notulen van de vergadering waarin tot deze wijzigingen werd
besloten.
3. Hij draagt in overleg met
de voorzitter zorg voor de opstelling van de agenda’s en alle
bijbehorende stukken voor de Algemene Vergaderingen en de
bestuursvergaderingen en ziet toe op tijdige verzending daarvan.
4. Hij doet in iedere
bestuursvergadering mededeling van alle ingekomen brieven. Aan het
bestuur gerichte of voor het bestuur bestemde, maar bij andere
bestuursleden ingekomen, brieven worden onverwijld door deze
bestuursleden aan de secretaris doorgezonden.
5. Hij draagt zorg voor het
bijhouden van een overzichtelijk archief, waarin naast alle inkomende
en afschrift van alle uitgaande correspondentie en alle
vergaderstukken en notulen ook alle overige voor de vereniging van
belang zijnde stukken worden opgenomen.
6. Hij draagt zorg voor het
voortdurend en nauwkeurig bijhouden van een ledenregister, waarin de
namen, adressen en het soort lidmaatschap van alle leden zijn
opgenomen. Dit register is voor alle leden bij de secretaris ter
inzage.
7. Hij draagt er door registratie
van de in een Algemene Vergadering aanwezige stemgerechtigde leden en
door andere maatregelen zorgvoor, dat bij eventuele stemmingen ieder
aanwezig stemgerechtigd lid op zo doelmatig mogelijk wijze één stem
kan uitbrengen.
8. Hij stelt het jaarverslag
zo tijdig samen, dat dit na vaststelling door het bestuur
overeenkomstig artikel 33 van de statuten kan worden uitgebracht.
9. Het bestuur kan besluiten,
dat een deel der werkzaamheden van de secretaris door een ander lid
van het bestuur of, met toepassing van artikel 28 van de statuten en
onder toezicht en verantwoordelijkheid van de secretaris, door een
lid buiten het bestuur zal worden verricht volgens een werkverdeling
die de goedkeuring van het bestuur behoeft.
Artikel
5. Penningmeester
De
penningmeester ziet, behoudens het bepaalde in het zevende lid, toe op
het doen van alle ontvangsten en uitgaven der vereniging. Hij zorgt
voor een tijdige inning van de jaarlijkse contributie der leden.
2. De penningmeester behoeft
voorafgaande toestemming van het bestuur voor het doen van uitgaven
tot een hoger bedrag dan waartoe door het bestuur is bepaald.
3. De penningmeester is
bevoegd, namens de vereniging bewijzen van ontvangst te
ondertekenen. Hij kan deze bevoegdheid echter voor concreet omschreven
ontvangsten tot ten hoogste een door het bestuur daartoe te bepalen
bedrag delegeren aan de beheerder van een dagelijkse kas als bedoeld
in het zevende lid.
4. De penningmeester houdt
nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en van alle andere
gegevens die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de
artikelen 34 en 35 van de statuten.
5. Hij geeft tevens uitvoering
aan artikel 34, tweede lid, van de statuten.
6. Hij stelt de begroting,
onderscheidenlijk de balans en de staat van baten en lasten zo tijdig
samen, dat deze na vaststelling door het bestuur overeenkomstig de
artikelen 32 en 35 van de statuten kunnen worden uitgebracht. In de
begroting worden naast de ramingen voor het nieuwe jaar ook de
ramingen voor het voorafgaande jaar en de uitkomsten van het laatst
afgesloten jaar vermeld. In de staat van baten en lasten worden naast
de uitkomsten van het betreffende jaar ook de ramingen voor dat jaar
en de uitkomsten van het voorafgaande jaar vermeld.
7. Het bestuur kan bepalen, dat
andere bestuursleden dan de penningmeester of leden van een door het
bestuur ingestelde commissie bevoegd zijn tot het doen van ontvangsten
en uitgaven tot ten hoogste een daartoe door het bestuur te bepalen
bedrag, en belast zijn met het beheer van de daaruit voortvloeiende
dagelijkse kas, een en ander voorzover dit direct verband houdt met
hun specifieke bestuurs- of commissietaak. Het saldo van een
dergelijke kas mag niet meer bedragen dan een daartoe door het bestuur
bepaald bedrag; het meerdere wordt onverwijld aan de penningmeester
afgedragen. De beheerder van een dagelijkse kas is voor zijn beheer
verantwoording schuldig aan de penningmeester. Hij houdt daartoe
nauwkeurig boek van alle ontvangsten en uitgaven en van alle andere
gegevens die de penningmeester noodzakelijk acht en verschaft de
penningmeester daarvan een overzicht zo dikwijls deze dat verlangt. De
penningmeester draagt er zorg voor, dat ook alle ontvangsten en
uitgaven die door andere bestuursleden en commissieleden zijn gedaan,
in de boeken der vereniging worden verantwoord.
Artikel
6. Bestuursvergaderingen
1. Het bestuur vergadert als
de voorzitter of ten minste de helft van de andere zittende
bestuursleden dit wenselijk acht.
2. De bestuursleden worden,
spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste
twee weken tevoren van de door de voorzitter bepaalde dag, uur
en plaats van de vergadering in kennis gesteld.
3. De agenda, vermeldende de
te behandelen onderwerpen, en eventuele toelichtende stukken worden,
spoedeisende gevallen uitgezonderd, zo tijdig aan alle bestuursleden
toegezonden dat deze zich op verantwoorde wijze op de vergadering
kunnen voorbereiden.
4. Indien het tweede en derde
lid niet in acht zijn genomen of het betreffende onderwerp in de
agenda niet duidelijk is omschreven, dan kan ter vergadering slechts
een besluit worden genomen indien ten minste twee/derde van het aantal
zitting hebbende bestuursleden aanwezig is en met het nemen van een
besluit instemt. Over alle besluiten wordt zo nodig mondeling gestemd,
nadat de voorzitter het voorstel waarover gestemd moet worden,
duidelijk heeft geformuleerd. De volstrekte meerderheid is behaald
indien ten minste één stem meer vóór dan tegen het voorstel is
uitgebracht, waarbij blanco stemmen niet worden meegerekend.
Artikel
7. Einde bestuurslidmaatschap
Ieder
die ophoudt lid van het bestuur te zijn, is verplicht binnen twee
weken
na het einde van zijn bestuurslidmaatschap alle onder hem berustende
verenigingsstukken en eigendommen van de vereniging behoorlijk
geordend aan zijn opvolger of aan een ander daartoe door het bestuur
aan te wijzen bestuurslid over te dragen. Het bestuur kan deze termijn
verlengen.
Artikel
8. Commissies
De
leden van commissies als bedoeld in artikel 28 van de statuten worden
door het bestuur benoemd. Zij kunnen te allen tijde door het bestuur
worden geschorst en ontslagen.
Een
door het bestuur ingestelde commissie kan te allen tijde door het
bestuur worden opgeheven.
Artikel
9. Kascommissie; tussentijds onderzoek
1. De kascommissie is te allen
tijde bevoegd, hetzij op verzoek van het bestuur hetzij uit eigen
beweging, een tussentijds onderzoek in te stellen. Artikel 36, derde
en vierde lid, der statuten is op een dergelijk tussentijds onderzoek
van overeenkomstige toepassing.
2. Een tussentijds onderzoek
wordt in leder geval ingesteld wanneer een aftredend penningmeester de
boekhouding en de kas en waarden aan zijn opvolger overdraagt.
3. De kascommissie brengt van
een tussentijds onderzoek schriftelijk verslag aan het bestuur uit.
Artikel
10. Algemene Vergaderingen; agendapunten en voorstellen
De
Algemene Vergadering kan geen besluiten nemen over een onderwerp, dat
niet duidelijk in de agenda als te behandelen agendapunt is
omschreven.
2. Van brieven die aan de
Algemene Vergadering zijn gericht, wordt in de eerstvolgende Algemene
Vergadering bij de behandeling van het agendapunt 'Ingekomen stukken'
mededeling gedaan. Zij vormen geen onderwerp van beraadslaging indien
zij niet afzonderlijk als te behandelen agendapunt op de agenda zijn
vermeld of met een ander agendapunt verband houden, tenzij de
vergadering anders besluit. De Algemene Vergadering kan echter ook in
dat geval niet afwijken van het eerste lid.
3. Ieder lid kan ter
vergadering over één agendapunt niet vaker dan twee maal het woord
voeren, tenzij met toestemming van de voorzitter of van de
vergadering.
4. Ieder stemgerechtigd lid
kan ter vergadering een voorstel van orde doen. Een dergelijk voorstel
betreft de wijze van behandeling van de agenda of van een agendapunt.
5.
Ieder stemgerechtigd lid kan ter vergadering een duidelijk
omschreven voorstel indienen betreffende een agendapunt dat aan de
orde is. Het voorstel vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien
het door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt
ondersteund.
6. Ieder stemgerechtigd lid
kan ter vergadering een amendement indienen. Een amendement behelst
een duidelijk omschreven voorstel tot wijziging van een voorstel dat
aan de orde is. Het amendement vormt slechts onderwerp van
beraadslaging indien het door ten minste vier andere aanwezige
stemgerechtigde leden wordt ondersteund.
7. Ieder stemgerechtigd lid kan ter
vergadering een motie indienen. Een motie behelst een duidelijk
omschreven voorstel om een oordeel uit te spreken of een verzoek te
doen. De motie vormt slechts onderwerp van beraadslaging indien deze
door ten minste vier andere aanwezige stemgerechtigde leden wordt
ondersteund. Een motie die niet betrekking heeft op een bepaald
agendapunt, kan bij de rondvraag worden ingediend.
8. Indien in een aangenomen
motie aan het bestuur gevraagd wordt iets te doen of na te laten, het
nemen van besluiten daaronder begrepen, dan beraadt het bestuur zich
in de eerstvolgende bestuursvergadering en maakt zijn genomen besluit
zo spoedig mogelijk in het clubblad bekend. Indien het bestuur besluit
aan de motie geen gevolg te geven, is het verplicht het onderwerp op
de agenda voor de eerstvolgende Algemene Vergadering als te behandelen
agendapunt te vermelden.
Artikel
11. Algemene Vergaderingen; stemmingen
1.
Een in een Algemene Vergadering uitgebrachte stem is ongeldig,
indien de keuze van het betreffende lid daaruit naar het oordeel van
de voorzitter of, als een stembureau is gevormd, naar het oordeel van
het stembureau niet duidelijk en ondubbelzinnig blijkt.
2. Een schriftelijke stemming
is ongeldig, indien meer stemmen zijn uitgebracht dan er
stemgerechtigde leden aanwezig zijn en het verschil op de uitslag van
de stemming van invloed kan zijn.
Artikel
12. Algemene Vergaderingen; orde
De
voorzitter kan aan een lid dat ter vergadering onfatsoenlijke taal
gebruikt of zich op andere wijze misdraagt, na waarschuwing het recht
ontnemen om bij het betreffende agendapunt of gedurende de gehele
vergadering verder het woord te voeren. Bij herhaald wangedrag kan de
voorzitter het lid het recht ontnemen de vergadering verder bij te
wonen.
Artikel
13. Contributie
Nieuwe
leden die na 1 juli als lid worden toegelaten, zijn over het lopende
verenigingsjaar slechts de helft van de contributie verschuldigd.
Artikel
14 Representatie
De
leden wekken tegenover derden niet de indruk dat zij de vereniging
representeren, tenzij zij deel uitmaken van het bestuur of door het
bestuur uitdrukkelijk tot representatie zijn gemachtigd.
Artikel
15 Orgaan der vereniging
1.
Het bestuur bevordert, dat tenminste 4 maal per jaar een
clubblad als orgaan van
de vereniging verschijnt.
2. Het bestuur benoemt op
grond van artikel 28 van de statuten een redactiecommissie, bestaande
uit een bestuurslid als gedelegeerde van het bestuur en ten minste
twee leden die geen lid van het bestuur zijn. Het tweede lid van dat
artikel is, behoudens het in dit artikel bepaalde, niet van
toepassing.
3. Het bestuur bepaalt binnen
de grenzen van de begroting de omvang en vormgeving van het clubblad
na overleg met de redactiecommissie.
4. De redactiecommissie
bepaalt de inhoud van het clubblad met inachtneming van het in dit
artikel bepaalde. Zij beslist bij meerderheid van stemmen over de
plaatsing van artikelen en andere bijdragen. Staken de stemmen, dan
wordt geacht tot plaatsing te zijn besloten.